Selecteer een pagina

Vandaag liepen we weer ons vertrouwde rondje, naar het plantsoentje bij de Plantage Muidergracht. Zoals elke keer als we de grote schuifdeuren van het huis uitlopen zegt hij: “Hier rechts he”, en zoals elke keer zeg ik: “Nee, ik wilde vandaag even naar links, naar dat mooie parkje, weet je wel.”

Het is bijna een wet, altijd als we naar buiten gaan klaart niet alleen zijn humeur, maar ook zijn helderheid op. “Mooi he pa”, zeg ik. “Schitterend” is zijn antwoord. Ik begin een gesprek over vroeger, zijn vak, zijn studie. Dit is bijna altijd wel een recept voor een, meer of minder, samenhangende conversatie.

 

Schaakclub

Als we langs het oude universiteitsgebouw lopen zegt hij, zoals ook bijna altijd: “Ah, de oude schaakclub. Even kijken wat er bij de naamborden staat.” En voor ik het weet snelt hij de traptreden op naar het naambord van de appartementen. Op dat moment komt er met grote snelheid een klein blond meisje aanfietsen over de stoep. Oeps, denk ik, stoepfietsen kon hij nooit waarderen, zou hij er iets van zeggen? Maar gelukkig wint zijn vertedering het, en hij zegt: “Dag schatje, moet je ook naar binnen? “Ja, ik woon hier, wil jij ook naar binnen?” “Hier was vroeger mijn schaakclub” zegt hij, en hij maakt al aanstalten. Oh God, denk ik, hoe weerhoud ik hem nu van dit lief aangeboden plan? Maar daar komt de vader al aan, die heel hartelijk ook aanbiedt of we binnen willen kijken. “Ah, heel aardig”, antwoord ik, “maar we moeten eigenlijk snel door, maar bedankt!”

 

Na de val

Gelukkig laat hij zich makkelijk weer meevoeren, en ik begin meteen maar over zijn oude schaak-rating, Hij was vroeger een goede schaker, meerdere malen kampioen van schaakclub Bloemendaal. Uit ervaring weet ik dat als ik vraag naar zijn rating, en die van zijn schaakvrienden, hij enthousiast gaat vertellen. Niet dat ik er dan veel van begrijp, maar het klinkt samenhangend, en het heeft iets geruststellends. Nu wacht hij iets langer met antwoorden. Dan zegt hij: “Ik ben natuurlijk een intellectueel met schade.” Even schrik ik, want als hij opeens zulke mooie, schijnbaar heldere, opmerkingen maakt, ben ik ook altijd een beetje bang dat hij zich zijn totaal afhankelijke situatie realiseert. Ik vul meteen aan: “Je bedoelt na de val?” De val is zijn naam voor zijn infarct. Voor hem is dat schijnbaar een beter te behappen uitdrukking. “Ja, na de val.” En hij vervolgt weer in brabbelende en onsamenhangende zinnen.

Een intellectueel met schade, hoe verzint hij het. We lopen ons bekende rondje, en hij maakt weer de bekende opmerkingen: “Het lijkt hier erg op Nederland he”. “Ja,” haak ik in, “en volgens mij wordt zo het eten geserveerd in het hotel, zullen we snel naar binnen gaan, anders is het eten op.” Met grote passen lopen we samen weer naar het huis.